hier heeft de oudste steen gelijk

Op verzoek van uitgeverij De Prom hield de Utrechtse dichter Ingmar Heytze een dagboek bij van zijn belevenissen in de zomer van 2001. Het resultaat is een boek vol stadsavonturen, ontboezemingen, columns, filosofie en poëzie. Ontmoetingen met jonge en oude literatoren, optredens, het nachtleven en katerige schrijfochtenden in zijn geliefde cafés. Hier heeft de oudste steen gelijk levert het antwoord op vragen als: hoe is het culturele leven in Utrecht anno 2001? Hoe ontstaat een gedicht? En: waarom schaft men beter geen airconditioning aan?


+ fragmenten +


maandag 9 juli -
Voor een schrijver is niets zo leuk als een spontaan compliment. Tommy Wieringa kreeg tijdens een excursie naar een concentratiekamp eens toevertrouwd dat hij de Ronald Giphart van Buchenwald was. Ronald Giphart moet op zijn beurt de wenkbrauwen hebben gefronst toen hij het volgende compliment kreeg: 'Hallo mijnheer Zwagerman, ik wou alleen maar even zeggen dat ik uw boek Blauwe maandagen fantastisch vond.' Toch valt dit in het niet bij wat me gisteravond is overkomen. Ik besloot om nog even een vette bek te halen bij de legendarische snackbar Broodje Ploff naast het stadhuis (ga friet eten bij Ploff en je weet hoe friet hoort te smaken). In de snackbar was één andere klant. Hij bevond zich in een toestand van beneveling die je alleen bereikt als je de weg naar huis wilt vergeten. Terwijl hij zich staande hield aan de vitrine, zwaaide hij in mijn richting en lalde: 'Ikkénjou! Jij bent een gedicht! Jij bent...' Er volgde een pauze waarin je aan zijn ogen kon zien dat de harde schijf in zijn hoofd werd gedefragmenteerd. 'Jij bent Hagar Peeters!'

woensdag 11 juli - Herman Brood is van het Hilton gesprongen. Einde blessuretijd.

woensdag 18 juli - In een verloren uurtje voor het eten heb ik kantoorboekhandel MADO geplunderd voor een paar nieuwe kopijmappen. De afgelopen jaren heb ik me opgewerkt tot de nachtmerrie van elke kantoorboekhandelaar in de regio Utrecht, want ik gebruik bij voorkeur nauwelijks leverbare artikelen als het Lama Notitieboekje nr. 5821, de zwartkartonnen elastomap met rood elastiek in A5-formaat of de gele verlengde akte-envelop met extra brede gomrand - goederen die al tien jaar uit het assortiment zijn verdwenen en die ik desondanks wil hebben, omdat ik zeker weet dat mijn writer's block wordt veroorzaakt door het schrijnend gebrek eraan.

Vroeger, toen ik nog uitzendbaantjes had (ik was onder andere zwerftypist bij de Nederlandse Spoorwegen en postkamermedewerker bij de AMEV), leefde ik deze afwijking vooral uit door het stiekem plunderen van de voorraadkasten op diverse administraties. Een van mijn chefs merkte op zeker moment op dat de afdeling een verdacht hoog Fred Kaps-gehalte begon te krijgen, een andere chef noemde mij liefkozend 'onze diefachtige ekster.' Doordat ik de laatste jaren leuk verdien met mijn eigen schrijfbedrijfje, kan ik inmiddels voor eigen rekening toegeven aan mijn fetisj. Gelukkig zitten er drie uitstekende kantoorboekhandels in het centrum van Utrecht, dus ik zit nooit zonder spul. Men kan mij geregeld Van Ravesteijn, Lorjé of Mado uit zien lopen met drie identieke vulpennen, een dozijn Miró-blauwe kopijmappen met rood elastiek of een honderd stuks-doos speciaal bestelde notitieboekjes, onder het mompelen van verontrustende zinnetjes als: 'Zo, ik zit de komende vijf jaar goed!'

woensdag 25 juli, 12.00 uur, 't Hoogt - Eindelijk weer eens behoorlijk geslapen. Sterke drank doet wonderen. Ik ben inmiddels ook van ieder ingewikkeld systeem ter beperking van de inname van alcohol genezen. De truc is eenvoudigweg: ik drink er drie of vier en houd dan (meestal) op. Het Spa/drank/Spa-systeem heeft voor mij nooit gewerkt. Op een gegeven moment raak ik namelijk de tel kwijt, wat altijd in het voordeel van de drank uitpakt. De keer dat mijn goede vriend Aart-Jan (die langzamer, maar wel meer drinkt dan ik) mij trachtte te leren nippen, staat me nog helder voor de geest. We zaten op een terras onder de Dom en bestelden twee glazen witte wijn. Aart deed het voor: 'Kijk, Ingmar, zo moeilijk is het niet, gewoon een klein slokje, dan een tijdje wachten, dan weer een heel klein slokje...' En verdomd, we deden drie kwartier over een glas wijn. De volgende heb ik in één teug achterover geslagen. Nippen, sodemieter op.

zaterdag 28 juli - Gisteren werd het nog een enerverende dag. Na allerlei omzwervingen heb ik een prehistorisch model airconditioner op de kop getikt bij Megapool, die als beste eigenschap heeft dat hij slechts zeshonderd gulden kost. Omdat ik het ding uit de doos gekocht had, wist ik van tevoren niet hoe het er uit zou zien. Er kwam een hoekig, plomp, viezig gebroken wit apparaat tevoorschijn dat volgens Lieke nog het meest weg heeft van Peter de Wits strippsychiater Sigmund. Zojuist heb ik hem voor het eerst aangesloten en het moet gezegd: Sigmund ratelt, zoemt en rochelt dat het een aard heeft (net als ik dus), maar hij lijkt te werken.

zondag 29 juli - De airco, indien iets langer aangezet, verspreidt de geur van schoensmeer. Ik vermoed dat de flinterdunne afvoerkabel die ik heb gekocht bij de Utrechtsche IJzerhandel Willem Pijper niet is opgewassen tegen de warme lucht die het toestel verlaat. Volgende week krijg ik de handleiding van het ding opgestuurd, maar ik begin nu al te geloven dat ik beter een stevige ventilator had kunnen aanschaffen.

maandag 30 juli - Mijn hemel, wat is het vandaag maandag. Het benauwende, broeierige, verstikkende en vochtige Hollandse weer van juli en augustus brengt zowel mijn lichaam als mijn hersens volkomen van slag. De doffe hitte van de nachten maakt radeloos, de onmogelijkheid om even lekker te gaan uitwaaien op het strand bloed- en bloedchagrijnig. Mijn nieuwe airco ruikt nog steeds naar schoensmeer en een geschifte overbuurman besluit om in deze hitte alle ramen eens lekker open te zetten en met zijn klopboor te gaan spelen.

dinsdag 31 juli, 12.00, 't Hoogt - Goeiemorgen, wat ben ik naar de kloten. Mijn hoofd bonkt, de airco ruikt inmiddels naar dode eendjes en zorgt voor een vreemdsoortig knetterende lokale onweerslucht, alsof een demonisch wezen zich probeert te manifesteren in mijn studeerkamer.

woensdag 1 augustus - Zo, de A zit weer in de maand. Een onrustige nacht, waarin ik niet alleen werd opgevreten door de muggen, maar ook droomde dat ik al mijn ex-vriendinnen betrapte met hun exen en dat ik nooit meer van die airco af kwam et cetera.

15.00 uur, Pannenkoekenhuis Rhijnauwen - Na een kort, mismoedig onderhoud met de peervormige machtswellusteling die het filiaal van de Megapool in Hoog Catharijne bestiert (zijn naam is Gaalstra en ik hoop dat hij dit leest), was het me duidelijk dat ik een refund van mijn miskoop wel op mijn buik kan schrijven. Een airconditioner wordt net zo min teruggenomen als een scheerapparaat of een elektronische tandenborstel, ook al is hij incompleet, vuil en zonder handleiding geleverd, ja, zelfs al verspreidt hij al drie dagen lang de geur van beschimmeld ondergoed.

'Maar,' probeerde ik nog bedeesd, 'een airconditioner is toch iets heel anders dan een tandenborstel? Denkt u soms dat ik er stiekem in zit te hoesten, of 's nachts opsta om tegen het luchtrooster te pissen? Wat kan er in godsnaam mis zijn met een airco die nog geen week in gebruik is?' Waarop Faalstra vlijmscherp riposteerde: 'Als er niets mee mis is, dan hoeven we hem zeker niet terug te nemen. En die hulpstukken hebben ze bij de importeur wel.'

Op zulke momenten blijkt altijd weer dat ik niet goed heb opgelet tijdens mijn opvoeding. Ik zou toen en daar een moord op die filiaalmanager hebben gedaan voor het temperament van mijn vader. Die deinst er niet voor terug om in de winkel een Oud-testamentische scène te maken als er, bijvoorbeeld, een krasje op de bodem van een pas aangeschaft broodrooster zit of een controlelampje groen is als het rood moet zijn (alles met een stekker in mijn ouderlijk huis is als beste getest door de Consumentenbond). Mislukt als consument en als zoon sloop ik de winkel uit met een briefje waarop, in Gaalstra's triomfantelijke hanenpoten, het telefoonnummer van de importeur stond geschreven.

Buiten gehoorsafstand moeten de verkopers gillend van het lachen over de grond hebben gekropen. Zoek het maar uit. Stik maar in het bedorven windei dat wij u voor frisse lucht in de maag hebben gesplitst. Met alle kracht die ik na deze ellendige dag nog in mijn lichaam heb, wil ik, Ingmar Heytze, al wie dit leest toeschreeuwen: koop nooit, maar dan ook nooit iets bij de Megapool Des Verderfs! Ik verbied u, lezer van mijn zomerse avonturen, om daar ooit nog een voet te zetten! Of, beter nog: ga er juist wel naartoe! Met zijn tweeën! Niet om er iets te kopen, maar om wraak te nemen voor het mij aangedane onrecht! Zoek en Verknal! Als één van jullie de verkoper bezighoudt, moet de ander met een geslepen schroevendraaier in het duurste stuk witgoed dat hij kan vinden krassen: Gaalstra Stinkt! Zo, dat lucht op.







De presentatie
Vindt plaats tijdens de Museumnacht met voordrachten door Arjan Witte, Bernhard Christiansen, Jerry Goossens en Vrouwkje Tuinman. Omnikunstenaar Kees Wennekendonk speelt en biedt de dichter een handgemaakte mammoetivoren vulpen aan. Aansluitend is er om 22.30 uur een borrel annex signeersessie in de foyer.

Aanvang presentatie: 21.15 uur, De Blauwe Zaal van de Stadsschouwburg Utrecht, Lucas Bolwerk 24 in Utrecht. Toegang gratis, vol = vol. Wil je zeker zijn van een plaats, mail dan even dat je komt: rekenopmij@heytze.nl.

Meer informatie:

www.museumnacht.nl voor informatie over de Museumnacht

www.heytze.nl voor informatie over de gekwelde dichter

Wilfried van Veen via wvanveen@contact-bv.nl voor informatie over hier heeft de oudste steen gelijk

en www.stadsschouwburg-utrecht.nl voor informatie over de Blauwe Zaal.





Lees meer