|
|
De kunst van het beledigen
Beledigen, volgens Van Dale: kwetsen (door woorden of daden) in zijn eer of eergevoel, verongelijken, onheus behandelen. synoniem: krenken.
Over 'de kunst van het loven' zou niet snel een culturele manifestatie worden georganiseerd, zoals onlangs over de kunst van het beledigen geschiedde in Tilburg (met als toepasselijk decor: een door-en-door-gezellige Brabantse koffietafel) en in Amsterdam, een dag na de kamerverkiezingen. Blaam spreekt veel meer tot de verbeelding dan lof. Leedvermaak is hier ongetwijfeld de voornaamste reden voor.
Iemand die ‘de kunst van het beledigen’, zeg maar de polemiek, beheerst, slaagt erin te imponeren. De tegenstander gaat formidabel onderuit, het publiek verkneukelt zich. De huiver blijft, want de polemicus hanteert de pen als een vilmes waarmee hij niet alleen zijn vijand maar ook overigen de keel over kan snijden. Fairness heeft betekenis in de sport, niet in het wreedaardige bedrijf waaraan een polemicus zich wijdt.
Klik hier voor de volledige tekst.
|
|
|
|
De Heilige van de Toeschouwersdemocratie
Hij leve lang. Hoelang hoelang.
Hij beve lang. Hoelang hoeniet
Hij leve bang allang allang
Hij leve lang! Hij leve
Niet
Volgende week verkiezingen die alsnog doorgaan na de liquidatie.
Voor het eerst kan men stemmen op een dode ziel - en die ook nog tot premier verkiezen! Als leefden we in een krankzinnige vertelling van Gogol. Van paars naar bont en blauw. En nu dus zelfs: bloedrood.
Op tv is iedereen plotseling Fortuyns treurende collega of warme vrind. Raar. De lijsttrekkers die over zijn, lijken nog grijzer en bedremmelder dan ze al waren. Die gearticuleerde rare dandy lijkt te hebben rondgevlogen in de Hollandse politiek als een paradijsvogel in een kippenhok.
Een militant heeft hem aangezien voor een kleiduif. Pang pang pang! Dieren vrij!
De rest mag dood.
De pleuris dus voorlopig in de ren, amok op het Binnenhof, gepeupel trekt op naar dat torenkamertje waar Fortuyn volgende woensdag zo graag zijn nest had gespreid. De meute sticht fikkies, werpt stenen.
Kok ziet asbleek, de geest van de gebroeders De Witt verschijnt aan zijn schouder, buiten klinkt geroep: moordenaars! Kankerhoere! Moordenaars!
Maar zonder het indringende falsetto van Professor Canteclaer is er van zijn bonte clubje volgelingen niets te verstaan dan gekakel en gekrijs.
Iedereen lijkt er voetstoots van uit te gaan dat die militante Volkert (de Balthasar Gerards van de 21ste eeuw!) 'een gek' is, 'overspannen, doorgeslagen', 'een man met waanideeen'. Ik vraag me af of dat zo is. Het voelt natuurlijk rustiger, als je het kwaad dat toeslaat 'hors concours' plaatst, de onrust en dreiging reduceert tot 'dat ene tragische geval'.
In het buitenland zijn ze wantrouwiger. Er stond ook zoveel op het spel voor de gevestigde politieke en ambteriele macht. Hoe vroom de tranen ook zijn die ze nu plengen, zeker is dat nogal wat lieden in Den Haag gebaat zijn met de eleminatie van hun meest ongrijpbare tegenstrever, hun ergste nachtmerrie.
Ik zou graag willen weten in hoeverre men bij de BVD op de hoogte was van wat Volkert van plan was (zou me niets verbazen, schaduwen is hun vak), en of die Volkert geen zetbaasje geweest is - die nu alles over zich heen krijgt zodat anderen achter de schermen buiten schot blijven. Bij Binnenlandse Zaken - waar de meest rancuneuze ambtenaren dienst doen - was zowiezo niemand blij met het vooruitzicht van Fortuyn premier.
Wilhelmus Simon Petrus Fortuyn… naar Pierenland!
Hij stierf in 'Mediapark'. Is dat niet symbolisch? De Heilige van de Toeschouwerdemocratie! Zou hij beseft hebben wat er gebeurd is? Dat het moment nu al gekomen was om als hedendaags patriot in de voetsporen te treden van Kennedy (zijn voorbeeld) en de vader des vaderlands Willem de Zwijger?
En nu?
Op de huilkast wordt gebeden, in Hilversum heerst verwarring, en overal ter land en in de lucht verschijnen naar hollands gebruik de donderprekers en commentatoren met hun zwartgalligste scenario's…
Willem Frederik Hermans zou nog moeten leven, ik denk dat de huidige gekte in het land van dominees en mandarijnen, hem niet zou verbazen. In de jaren zeventig schreef hij:
'Doemvoorspellingen komen meestal niet uit.
Andere ook niet.'
(c) Serge van Duijnhoven, 8 mei 2002
|
|
|
|
Srebrenica: de rilling van de waarheid
'Kijk je slachtoffer niet in de ogen. Nooit. Neem hem desnoods zijn ogen uit.'
Toen Franz Stangl, de commandant van Treblinka, werd gevraagd: 'waarom, als ze toch vermoord gingen worden, waarom dan alle vernedering, waarom de wreedheid?', antwoordde hij: 'om het makkerlijker te maken voor de mensen die de bevelen moesten uitvoeren.'
De premisse van tegenwoordig is, dat iets niet gebeurd is als het niet ook op tv is geweest. Maar alleen op de tv vertrouwen voor de nieuwsgaring, is als het donker aftasten met behulp van een stroboscoop. Op de buis krijg je flitsen van de werkelijkheid te zien, meer niet. De afgewogen blik vereist een meer precieze en doortastende aanpak.
Er is nu eenmaal teveel dat aan de aandacht van zelfs de scherpste fotografen, cameralieden en verslaggevers kan ontsnappen. Er is zoveel dat we niet zien, omdat het blijft steken in de dode hoek van onze ogen - en van onss bewustzijn. De grootste massaslachting in Europa na de Tweede Wereldoorlog, gebeurde in het bijzijn van de voltallige wereldpers die op dat moment in Bosnie al vier jaar lang kwartier hield. De dames en heren fotoreporters, cameralieden en verslaggevers bivakkeerden vlakbij de enclave in Oost-Bosnie die onder de voet werd gelopen, maar stonden er net niet dicht genoeg op om te zien wat er gaande was. En dus leek het in de eerste dagen en weken na de ramp of de tragedie niet had plaatsgevonden. De journalisten geloofden de verhalen van de vele hysterische vrouwen in de opvangkampen niet. Het bloed dat enkeldiep in de greppels stond, de schuren die tot de nok toe vol lagen met lijken, de burgers die zich uit wanhoop hadden opgehangen voor generaal Mladic ze kwam halen, de duizenden mannen die de bergen in waren gerend en met artillerie en luchtafweergeschut waren beschoten… toen het er werkelijk op aankwam waren naast de Dutchbatters ook de verslaggevers - de ogen van de oorlog - blind. Ziende blind, precies als koning Oidipous uit Sophocles' beroemdste tragediespel.
Wij weten en wij weten niet...
In het boek Die Biologie des Krieges van de Duitse professor Archibald Nicolai, een traktaat dat ongelukkiger wijze verscheen vlak voordat de Nazi's met brandende fakkels, banieren en gelakte laarzen een einde maakte aan de Weimar-Republiek, beweert de hooggeleerde wetenschapper: `Alles wat te groot wordt sterft uit. Zo is het ook met oorlog, die zichzelf sedert "14-18" in zijn eigen megalomanie heeft verslonden.'
De miskleun van de Duitse bioloog legt meer bloot over het menselijk tekort tout court, dan diens quasi-Darwinistische paradigma over de biologie van de strijd. In de decennia na het verschijnen van Die Biologie des Krieges werden er volgens voorzichtige schattingen minimaal zestig miljoen mensen over de kling gejaagd in gewapende conflicten. Er volgden genocides op de joden, zigeuners, tutsi's en Bosnische moslims.Wat betekende dit? Dat de menselijke soort niet meer te bevatten is binnen de evolutie? Dat ze een anomalie is in de schepping, een uitzonderlijk geval (iets wat evangelisten al lang beweren)? Dat zou onzin zijn, want de menselijke soort is evengoed onderhevig aan natuurlijke wetten als alle andere levende - en dus sterfelijke - wezens. De bloederige werkelijkheid toont in ieder geval wel aan dat het menselijke handelen onvatbaar blijft voor academici die uitgaan van wetmatigheden en theorieën die op papier volstrekt logisch lijken. Wetenschappers als Nicolai zijn brave positivisten, maar zolang het wantrouwen ten opzichte van de denkbeelden die ze ontwikkelen tekortschiet is hun geleerdheid geen knip voor de neus waard.
De cijfers die ertoe doen (levensverwachting, kindersterfte, inkomen per hoofd) vertellen allemaal het verhaal van de vooruitgang. Toch kan geen weldenkend mens erin geloven, en niet alleen doordat die materiële vooruitgang verontrustende bijverschijnselen kent: ecologische vervuiling, uitputting van grondstoffen, massavernietigingswapens, blijvende conflicten…Nee, het ware probleem was dat we niet meer geloven dat materiële vooruitgang morele vooruitgang mogelijk maakt. We eisen volmaaktheid van onze auto's, onze medicijnen, onze computers, maar van ons morele leven eisten we hoogstens dat het voldoet. We eten goed, we drinken goed, we leven goed, maar onze dromen zijn helaas niet goed. Onze driften blijven grommen, onze verlangens gekooid. De gruwelijkheid blijft keer op keer ons feest bederven. Telkens als we er even niet aan dachten, duiken de spookbeelden weer op van de gebrekkige mens die faliekant de fout in gaat, en zich laat leiden door nationalisme, fascisme, bloeddorst, moordlust, vernietigingsdrang, naijver, wraak. De voorbeelden zijn legio, ook na de Tweede Wereldoorlog en de holocaust: Korea, Vietnam, Colombia, Angola, Mozambique, Cambodja, Rwanda, Somalie, Burundi, Congo, Sierra Leone, Tsjetjenie…
Ook op de Balkan, in Bosnie, dit uitgerukt hart uit het Joegoslavie van weleer, had de oorlog zich ingevreten als een schimmel, een gezwel. Degenen die voor hun ethnische geestdrift wilden sterven, waren niet in de ruimte maar in de tijd verdwaald. Het Europa van de eenwording keek hulpeloos naar het Europa van de bloedige verbrokkeling. Juist omdat het om een anachronisme ging durfde Europa niet in te grijpen, dat hoort bij het vorige, hier heeft het zich al eens voor uit elkaar laten scheuren.
Maar de gevolgen van de stammenoorlogen wilde het ook niet op zich nemen, een oneindige rivier van vluchtelingen uit deze en volgende conflicten, die traag in de richting van het Westen stroomde. Er liepen kwaadaardige optochten door onze apotheotische dromen. We werden herinnerd aan alles wat we hadden willen vergeten. Ieder werd zo uit zijn eigen tijd gerukt. De Joegoslaven uit de hunne, en wij uit de onze. Iedereen zag een afgrond voor zich. En toch, wat was het uiteindelijk, deze uit de hand gelopen ruzie tussen voormalige landgenoten?
In de jaren tachtig was ik oprecht bevreesd voor het uitbreken van een atoomoorlog, zoals iedereen met een beetje voorstellingsvermogen. Ook ik achtte de mogelijkheid aanwezig dat eens de dag zou komen waarop kernraketten aan beide zijden van de Atlantische Oceaan hun opslagplaatsen zouden verlaten, om het ruimteschip aarde finaal tot zinken te brengen. Wat er over zou blijven van de planeet was niet meer dan een vlekje dat zich tijdens de grote verzengende atoomflits op Gods netvlies had gebrand. De cosmische hygiene zou, in een storm van vuur, zijn zelfreinigende werking vervullen.
De oorlog op de Balkan was van conventionele, onverwachts ouderwetse aard. Een oorlog zoals de mensheid die gedurende haar hele bestaan al had gevoerd. Een offervuur dat net als de Olympische vlam nooit schijnt te mogen worden gedoofd, en dat permanent wordt aangeblazen door een immense blaasbalg die zo oud is als de wereld. De verwoesting die zij aanricht blakert en bemest de aarde, volgens een haast ondoorgrondelijk principe. Leven is vetmest voor de dood, en het bloed en vlees zijn bouwstoffen voor nieuw leven. De grote slachtingen zijn rites ter ere van de krachten die hierover beschikten; krijgers die hun tooien geverfd hebben met het gapende zwart van de kosmos.
De val van Srebrenica werd een Europese nachtmerrie. Het einde van een precaire droom van eenheid en vrede die in de andere hoofdsteden enkel nog met de grootste moeite, met de cynische verachting van het stoïcisme kon worden gekoesterd. De genocide morste spetters over het blauwe blazoen met de triomfantelijke gele sterren. De illusie van het Verenigde Europa, verwapperde in de wind.
Ook de idealen van Joegoslavie hadden afgedaan. Eenheid en broederschap, vrijheid en menselijkheid waren verworden tot rottende kadavers. Hun lichamen werden ook na de val van Srebrenica nog maandenlang iedere dag beschoten op de Boulevards langs de frontlinie in Sarajevo. De val van Srebrenica maakte van Bosnie definitief de afvoerput waardoor de lieflijk bloemenplukkende deerne waarnaar ons continent vernoemd is, bruut ontvoerd werd naar de donkere, rokende onderwereld. Het rijk van Hades en Lucifer en zijn hedendaagse duivelszonen en drakenridders zoals Doktor Radovan Karadzic en zijn generaal Ratko (what's in a name!) Mladic (Ratko Mladic betekent feitelijk: de jonge krijgheer).
Het Westen bleef zich almaar hoeden voor de finale ruggeprik, de injectie tussen haar wervels. De verwende burgerzonen in het Westen bleven liever thuis en keken hun journaal; een film zonder plot, zonder helden. Men was te druk met het opsouperen van het vredesdividend, zo vlak na het einde van de Koude Oorlog. We lieten het duister hart van het continent leegbloeden. We offerden het, zoals de Azteken deden met de harten van hun jongelingen. We wierpen het orgaan in het vuur en lieten het wegsudderen in het eigen kooknat. Kijk je slachtoffer nooit, nooit in de ogen. Neem hem desnoods zijn ogen uit
Een vraag die mij sinds Srebrenica en de algehele tragedie in Bosnie bezig is blijven houden, is: wat is toch die onuitroeibare neiging van de mens om te verwoesten wat zo moeizaam is opgebouwd? Wat is toch de oorzaak van de naijver, die de boer ertoe aanzette te wensen dat God hem een oog uit zou nemen? Kunnen wij slechts vrede hebben met ons eigen lot, door de levens van anderen te kleineren - tot vernietigens toe? Misschien is het stom toeval en zit het in de genen. Een vergissingkje van de grote monteur daarboven, een assemblagefout in het laboratorium van het Heel & Al, die het gevolg is van teveel stress of vermoeidheid bij de schepper die altijd wakker moet zijn en alles in de gaten moet houden? Misschien is het een vloek die de mensheid over zichzelf heeft afgeroepen, en waar we niet vanaf kunnen geraken.
In 1995 probeerde de aartsbisschop van de orthodoxe kerk van Macedonië, Mihael Gogov Metodija, me enige duidelijkheid te verschaffen over het gedrag van zijn mede-Balkanbewoners aan de hand van een parabel. Mihael was de grootvader van Sonya Mitrinovska, een jonge dichteres met prachtige groene ogen die ik had leren kennen op de Struga Poetry Evenings, aan het meer van Ohrid. Meestal ontmoetten we Mihael in zijn hoofdstedelijke residentie, een villa nabij de Vardar-rivier, naast een kapel die gewijd is aan Sint Joris de drakendoder. Een mooie man was het, met grote, ronde donkere ogen, een hoogopstaande zwarte odora op het voorhoofd en een imposante, spierwitte baard.
Mihael was vierentachtig. Als hij sprak, kwam zijn stem van diep. Zijn gezondheid was broos. Zes jaar had hij gevangen gezeten op Goli Otok, een steengroeve voor de kust waar de communistische en anti-kerkelijke maarschalk Josip Broz Tito hem dwangarbeid had laten verrichten. Op het eiland leerde hij in de avonduren Engels. En 's nachts vertaalde hij boeken uit het Russisch, vooral Dostojevski, Tolstoj en Gogol. `Ik had het makkelijker dan veel van mijn medegevangenen,' zei Mihael over zijn krijgsarbeid. `Ik wist tenminste waarom ik gevangen zat.'
De man was de mildheid zelve, maar de oorlogshandelingen van zijn voormalige landgenoten in Bosnië, Servië en Kroatië verbaasden hem geenszins. `De Balkan wordt bevolkt door volkeren die veel hebben geleden. De wraak lijkt op ons allen te rusten als een banvloek. Het kost moeite om die vloek te breken.' De parabel die hij toen vertelde, over de oorsprong van de Balkan-vloek, schijnt in verschillende variaties onder de Zuidslavische bewoners voor te komen. Hij gaat over de aanleiding voor God om de mensen te verlaten.
Lang geleden, aldus het verhaal, toen God nog samen met de mensen de aarde bewoonde, zwierf Hij eens in de winter door de bergen van het land dat Hij geschapen had. De avond viel en het begon hevig te sneeuwen en er stak een storm op. God kreeg het koud en klopte aan bij een van de kleine boerderijen in het dal. Een man deed open en gaf God te eten en te drinken, en hij stookte de kachel extra hoog op om het zijn verkleumde gast gerieflijk te maken. God was de boer dankbaar voor zijn gastvrije ontvangst, en Hij wilde dat tonen door de man toe te staan een wens te doen. `Maar denk eraan,' zei God, `alles wat je wenst, zal je buurman ontvangen in tweevoud. Wens je een baar goud, dan krijgt je buurman er twee, wens je drie koeien, dan krijgt je buurman er zes. Wens je vier zonen, dan krijgt je buurman er acht.' De boer dacht diep na. Hij wist zo snel niet wat hij moest wensen, want hij wilde niet dat zijn buurman er beter van zou worden dan hijzelf. De boer stelde voor eerst te gaan slapen. In de ochtend zou hij God dan vertellen wat zijn wens was. 's Ochtends vroeg God aan de boer of hij wist wat hij wilde wensen. `Ja,' zei de man. `Ik wil dat U mij een oog uitneemt.'
Hierover zou God zo verbolgen zijn geweest, aldus de aartsbisschop, dat Hij besloot niet langer onder de mensen te blijven en de aarde te verlaten.
`Wat zou jij hebben gewenst, als je in de positie van de boer had verkeerd?' wilde Sonya later weten. Ik antwoordde dat de boer volgens mij had moeten wensen dat hij iedere dag een comfortabele slaap zou mogen genieten van twaalf uren. De buurman zou dan zijn hele verdere leven in een vredige, comateuze toestand moeten doorbrengen, als een soort van snurkende, mannelijke Doornroosje die in zijn alkoof lag opgebaard.
Sonya lachte wat schamper.
`Het is te merken dat je niet van de Balkan komt,' zei ze. `De buurman zou er je dankbaar om zijn. Hij zou een stuk minder hoeven te werken dan jij...'
`En jij?'
`Ik zou niet wensen dat er bij mij een oog zou worden afgenomen, maar een teelbal.'
De oorlog in Bosnie is - juist vanwege Srebrenica - een web waarin niet alleen de Bosniers maar ook wij West-Europeanen onszelf hebben gevangen. Een rapport als dat van het NIOD, alsmede de vele getuigenissen, documentaires en boeken, kunnen de draden van dat web niet breken, ze kunnen niet het perspectief van de hoogte bieden en hooguit dienen als geheugensteun, als bewijsstukje in het slepende proces dat de mensheid al sinds duizenden en duizenden jaren voert tegen zichzelf, en dat bekendstaat als de geschiedenis. Als we de schanddaden zoals die van Srebrenica uit het verleden in de toekomst willen voorkomen, moeten we weten wat er gebeurd is en hoe het heeft kunnen gebeuren. Het proces moet gevoerd worden, de feiten mogen niet zomaar verdwijnen onder het puin en de nieuwe gebouwen, het nieuwe asfalt dat met ontwikkelingsgelden over de verbrokkelde wegen en boulevards van het verscheurde land van de Zuidslaven wordt uitgestort. De verantwoordelijken mogen hun straf niet ontlopen. Maar ook dit is een dilemma; want juist omdat we onze geschiedenis zo conscientieus en zelfbewust met ons meedragen (als vaandels en banieren in een demonstratie of een plechtige optocht), zal ze heel moeilijk tot rust kunnen komen. Het is zoals met het slavische volksgeloof: de rust van de doden respecteer je. Erover spreken doe je beter niet, want de geest van de dode die naar jou op zoek is, heeft je gevonden op het moment dat je zijn naam uitspreekt. Zeker niet als het gaat over iemand die jij zelf hebt gedood of die je vlak onder je ogen vermoord hebt zien worden, in de dode hoek van je blikveld, zoals wij Nederlanders ten tijde van Srebrenica. Hoe dan ook; de wroeging over onrecht dat werd aangedaan zal blijven knagen, de botten van hen die op gruwelijke wijze zijn vermoord roepen om gerechtigheid.
Sommige vragen blijven urgenter dan ooit; wat is er gebeurd met al die mannen die verdwenen zijn? Kan vrede een kans krijgen na het bloedvergieten? Kan de eeuwenoude cyclus van de haat en bloedwraak doorbroken … en zo ja, hoe pakken we het aan? Kunnen we een overwinning boeken in het proces dat we in naam van de beschaving al sinds eeuwen voeren tegen de redeloosheid en de wreedheid? Zullen we erin slagen de banvloek te breken van de boer die wilde dat zijn buurman een oog zou worden uitgenomen? Of zullen we onszelf en ons nageslacht blijven teleurstellen en zullen kinderen in Tuzla en Rotterdam en Jeruzalem over honderd jaar nog altijd tegen hun ouders zeggen, zoals mijn grootvader in de jaren dertig tegen zijn vader en moeder: 'wat voor een wereld laten jullie ons na?'
Het zijn kwesties waarin iedereen uiteindelijk stelling zal moeten nemen, waar niemand onverschillig of neutraal in kan blijven.
De cynicus zal zeggen: de vooruitgang zal zo groot zijn als het aantal slachtoffers dat ze kost. Hoe geavanceerder de beschaving, hoe groter het aantal mensen dat door ons vernuft geruisloos zal worden vermalen. Hoe harder we voorthollen, hoe sneller we het einde naderen.
Maar het hoeft niet zo te zijn. We hebben een keuze. Een keuze om de slachtoffers - en de waarheid - eindelijk in de ogen te kijken. En ze niet, bij wijze van spreken dit keer, nogmaals de ogen uit te steken. Door de andere kant op te kijken. Door te doen of er foto-rolletjes zijn mislukt, of verkeerde inschattingen niet hebben plaatsgevonden, door de werkelijkheid te ontkennen, de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen, door het er maar bij te laten zitten, door niet onder ogen te willen zien wat er is geschied.
Nu de tragedie in Srebrenica is geschied, moet het recht zijn beloop hebben. Het gaat niet enkel om een paar politieke consequenties en repercussies, maar om wat Nabokov zo helder noemt, the shiver of truth. De rilling van de waarheid. Zolang we die voelen, is er nog hoop.
(c) Serge van Duijnhoven, 8 april 2002
|
|
|
|
De tenen langer dan een pik
Gerard Reve mocht de Prijs der Nederlandse Letteren niet ontvangen uit handen van koning Albert II. Minister Anciaux had daartoe besloten omdat hij aanstoot nam aan uitlatingen van Reves levenspartner Joop Schafthuizen, waarin die zijn aanranding van een Vlaams jongetje bagateliseerde als 'een akefietje'. So what, zou je denken... Fijn dat die royalistische poppenkast de prijsuitreiking niet komt versjtieren. Toch sprong de literaire goegemeente in Vlaanderen - plotseling koningsgezinder dan de Ridders van de Tafelronde - volledig uit z'n vel. De zwaarden werden geheven, en de kop van Bert Aniaux moest rollen. Per email werd een petitie rondgestuurd aan iedereen die wel eens een zin op papier had gekregen. Ook ik vond de woedende aanklacht in mijn mailbox. 'Niet eerder,' zo wordt in de petitie zonder enige ironie gesteld, 'heeft een Vlaams minister van Cultuur het hem toevertrouwde patrimonium zelf zo aangetast'. Ik wreef in m'n ogen, en vroeg me af of ik in deze affaire niet iets over het hoofd had gezien. Had de minister intussen soms ook het historische hart van Gent en Brugge plat laten gooien ten behoeve van de bouw van een winkelcentrum, Brussel per convenant geschonken aan de franstalige gemeenschap? Was hij het Lam Gods van Van Eijk met een scheermesje te lijf gegaan in een woedeaanval?
De werkelijkheid was vele malen gruwellijker. Anciaux had Gerard Reve de apotheose van zijn carriere ontzegd door het 'zo belangrijke ceremonieel van de uitreiking te annuleren' , en beging daarmee dus de ergste schanddaad uit de geschiedenis van Belgie sinds het verraad van Leopold III. Het prestige van de grootste literaire onderscheiding uit het Nederlandse taalgebied, was voorgoed kwijtgespeeld Nooit zou een vorst nog deze prijs uit kunnen rijken! De petitie-opstellers (Erwin Mortier, Tom Lanoye, Kristien Hemmerechts, Lieven van de Hauten ) en zestig ondertekenaars zegden hun vertrouwen in de minister op en eisten zijn aftreden.
De minister schrok van de verbetenheid van de schrijvers, die zo buitensporig op hun (of Reves?) pik waren getrapt dat het pielemaatje van Schafthuizens schandknaap volledig in het niets verdween. Anciaux nodigde een delegatie van de gekrenkte eerbiedwaardige literaire geesten uit voor een 'open gesprek'. Op die uitnodiging werd niet gereageerd. Geen enkele schrijver verscheen op het ministerie. Over hun gelijk viel blijkbaar niet te twisten, zelfs niet te praten. Op deze hooghartige houding kwam veel kritiek. Ondertussen kon iedereen vaststellen hoe Schafthuizen in de media er maar op los tierde, en zijn levenspartner voor de buitenwereld afschermde als een beer zijn jong. Anciaux was de enige die Reves partner niet onderschatte. Alle anderen (de schrijvers en ook Reves uitgever) toonden het psychologisch inzicht van een Karremans, en waren er heilig van overtuigd dat Schafthuizen zijn plekje aan de zijde van Reve voor deze ene keer best wel op had willen geven. Als de minister het maar even had gevraagd...
Het front van verongelijkte schrijvers viel al snel uiteen. Auteurs krabbelden terug, zeiden dat ze de minister niet echt weg wilden en alleen maar 'een signaal af wilden geven' ', of het 'ymbolisch hadden bedoeld'. Anderen hielden voet bij stuk. Dat Anxiaux behalve minister van cultuur ook nog minister van jeugd is, bleken veel schrijvers niet eens te weten. Of het kon ze niks schelen. De bekommernis van de minister, die zich zo druk maakte om de pederast in Schafthuizen, was allicht verklaarbaar vanwegen Dutroux - maar dat was dan zijn probleem. In ieder geval had het Reves schouderklopje van de koning niet in de weg mogen staan. Pedofilie was voor de schrijvers namelijk 'niet het issue'. Wat was het issue dan wel? Toch niet het al dan niet aanwezig zijn van een gedetacheerd monarch uit het Huis van Saksen Coburg, of de prul en praal van het vrome Belgische hof?
De rel rond Reve is in feite een machtsstrijd, waarin de schrijvers hun maatschappelijke status als iets vanzelfsprekends opeisen. Door zo hooghartig en monotoon te mekkeren over pump and circumstance, en het morele aspect van de kwestie te negeren, hebben de schrijvers hun zaak ondergraven. Het enige wat de schrijvers in hun aanklacht duidelijk hebben gemaakt, is dat hun tenen vele malen langer zijn dan het geslacht van een aangerande jongen van dertien. Mijn handtekening en sympathie hebben ze daarmee in elk geval niet gekregen.
Niet de schrijvers, maar Anciaux komt in deze affaire als de morele overwinnaar uit de bus. De minister heeft gewetensvol gehandeld en zijn zaak beter bepleit dan de geletterde geesten die zijn kop eisten maar te laf waren om het in zijn gezicht te komen zeggen. Bovendien ben ik van mening dat de minister het Vlaams patrimonium helemaal niet om zeep heeft geholpen, zoals in de petitie wordt gesteld. De minister heeft de cultuur juist een geweldige dienst bewezen door de Prijs der Nederlandse Letteren te verlossen van valse bigotte franje en kwezelarij. In plaats van minachting, verdient de man hiervoor het volste respect. Daarom: Leve Anciaux, Leve Reve en vooral Leve de Republiek!
- Serge van Duijnhoven, © 2001
|
|
|
|
Twee maten (Stereophone reali-tijd)
George W. Bush riep de naties in het hoofdkwartier van de VN in New York, op tot het sluiten van de rangen tegen het terrorisme.De Amerikaanse president sprak de Algemene Vergadering opvallend agressief toe. 'De tijd van medeleven is voorbij', waarschuwde hij de aanwezige 48 presidenten, premiers en 114 ministers van Buitenlandse Zaken in zijn eerste toespraak voor de volkerenorganisatie.
Of er ooit wel een tijd van echt medeleven geweest is, onder leiderschap van G.W.B., zullen we nooit weten. Maar dat er een stereophone reali-tijd van 'twee maten' (de VS en de rest van de werkelijkheid) is ingetreden, staat als een paal boven water. Simultaan aan de Algemene Vergadering in New York, vond in de Marokaanse stad Marrakech een klimaatconferentie plaats over de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De grootste verantwoordelijke voor de opwarming van de aarde, de VS, meende verstek te kunnen laten gaan en veegt met het Kyoto-protocol openlijk z'n kont af. De ironie van deze situatie is pijnlijk, want terwijl Bush in New York zich met gebalde vuist inspant om het kwaad uit de wereld te bannen, mag de Amerikaanse industrie zijn gif ongestoord de atmosfeer in pompen.
Een ander punt van de twee maten-politiek van Amerika: de instelling van een Internationaal Gerechtshof. Ook hier weigeren de VS hun verantwoordelijkheid te nemen. De schurken dezer aarde mogen door Amerika en diens trawanten berecht worden, maar de schurkenstreken van Amerikanen mogen enkel door Amerikanen berecht worden. Op deze basis valt te verwachten dat de VS in plaats van de verlangde grote coalitie, zichzelf steeds meer in het isolement zal drijven. Leiders aller landen… tijd om Grote Broer de wacht aan te zeggen dat niet alleen Amerika bepaalt wat goed is en wat kwaad. Het verpesten van het klimaat is net zo goed een misdaad tegen de menselijkheid als het gebruik van terreur tegen onschuldige burgers.
Serge van Duijnhoven, 12.11.01
Voor BaTTL.NL
|
|
|
|